Het kan zijn dat er op eigendom beperkingen rusten waardoor de eigenaar een beperkte mogelijkheid bezit om over de goederen te beschikken. Als de beperkingen door de eigenaar zelf zijn opgelegd is er sprake van private eigendomsbeperkingen. Het bekendste voorbeeld is huur. Stel je koopt een woning. Je bent dan eigenaar van die woning en daarmee heb je dus het volledige beschikkingsrecht over de woning. Na een jaar neem je het besluit om een kamer te verhuren aan iemand. Op het moment dat er een huurder is heb je geen volledig beschikkingsrecht meer.
Het is ook mogelijk dat er op de woning een publiekrechtelijke gebruiksbeperking ligt. De publiekrechtelijke gebruiksbeperking die het meest voorkomen zijn de volgende:
Wet voorkeursrecht tot koop
Als er voorkeursrecht tot koop op een huurwoning rust moet de woning bij verkoop eerst worden aangeboden aan de bestaande huurder. Dit gebeurt vooral bij woningbouwverenigingen.
Antispeculatiebeding
Als er op een woning een antispeculatiebeding rust mag die gedurende een bepaalde periode niet verkocht worden. Wordt de woning wel verkocht, dan moet de winst worden afgedragen. Of een gedeelte daarvan. Als sprake is van overlijden, echtscheiding of het vinden van een andere baan buiten een bepaalde afstand wordt meestal wel een uitzondering gemaakt. Een antispeculatiebeding komt veelvuldig voor bij nieuwbouwwoningen in gemeenten waar een tekort aan woningen is. Zodoende kan een woning niet enkel als speculatieobject gekocht worden (alleen kopen om met winst te verkopen).
Wet voorkeursrecht gemeenten
Als er op een woning voorkeursrecht gemeenten rust mag de eigenaar de woning niet verkopen zonder eerst de gemeente in te lichten. De gemeente moet in dit geval als eerste de mogelijkheid krijgen om de woning te kopen. Die moet vervolgens binnen een vastgelegde periode na opleg van het voorkeursrecht een bod uitbrengen. Het kan natuurlijk zijn dat het bod niet reëel is, als dat zo is heeft de eigenaar de mogelijkheid om het bod af te slaan. Er kan dan weer een nieuwe bod worden uitgebracht door de gemeente. Het is ook mogelijk dat de gemeente het voorkeursrecht los laat of een onteigeningsprocedure start.
Erfdienstbaarheden
Als je eigenaar bent van een onroerende zaak kun je, tbv een andere onroerende zaak in de buurt, het recht van erfdienstbaarheid vestigen. Een erfdienstbaarheid bestaat uit een heersend erf en een dienend erf. Als eigenaar van het heersend erf ervaar je voordeel bij de erfdienstbaarheid. Een voorbeeld is het recht van overpad. Hierbij mag de eigenaar van het heersend erf via het dienend erf naar zijn eigendom. Een ander voorbeeld is het recht van uitzicht. In dit geval mag het uitzicht van het heersend erf niet belemmerd worden door het dienend erf. Het recht van erfdienstbaarheid wordt met een notariële akte gevestigd. Er is sprake van een zakelijk genotsrecht. Meestal wordt recht van erfdienstbaarheid opgenomen in de transportakte van het onroerend goed.
Het kettingbeding
Het kettingbeding bevat voorschriften mbt de woning voor een vastgestelde periode. Die voorschriften worden door de verkopende partij opgelegd. Bij deze voorschriften kun je denken aan de manier waarop een wijk eruitziet (je mag dan bv niet de woning binnen 5 jaar een felle kleur geven) of vestigingsvoorschriften (je mag nu bv gedurende een bepaalde periode geen bedrijf vestigen als het een woonhuis betreft). Ook het kettingbeding wordt dmv een notariële akte gevestigd.
